DUBBELSCHAAK ’97 – DE COMBINATIE
Door Rob van Meurs
Zaterdag 11 april.
Een dag zoals zovele. De zon scheen. Of niet. Maakt ook niet uit.
Acht mannen. Acht borden. Geen druk. Geen belangen. Alleen… het knagende besef dat je tóch wil winnen. Want je zit daar niet voor de gezelligheid met een koekje en een glaasje ranja — nee, je wil iemand mentaal slopen met een paard op f5.
Bord 1 – Boyd Leenen vs. Brent Burg
Brent zat daar. Met zwart.
Zwart is niet zomaar een kleur. Zwart is een mindset.
Hij kwam goed uit de opening. Echt goed. Té goed bijna. Verdacht goed. Alsof iemand hem influisterde: “Brent… jij bent vandaag de uitverkorene…”
En toen… BAM!
Combinatie. Rekenfout. Materiaal weg.
Alsof je een IKEA-kast perfect in elkaar zet en dan op het einde denkt: “Waar is plank 7?”
Die plank… was dus je toren.
Wit won. Brent keek. De stukken keken terug. Niemand zei iets.
Seizoen Brent: 4,5 uit 8 — Brent: stabiel als een tafel, soms mist er een poot.
Bord 2 – Martien van der Meijden vs. Egbert Cleevers
Martien doet niet aan theorie. Martien is theorie.
1.e4 Pc6 en Martien denkt: “Leuk. Chaos. Hier hou ik van.”
Zet 2… alles zelf bedenken.
Zet 3… nog steeds geen idee wat het is.
Zet 4… “Is dit een gambiet? Is dit Frans? Ben ik Frans? Wat is Frankrijk?”
Op een gegeven moment zat hij gewoon in het Frans. Zonder dat iemand hem dat had verteld.
Dat is als een trein pakken naar Eindhoven en uitstappen in Parijs. Met een stokbrood. Martien viel aan. Natuurlijk viel hij aan. Martien doet niets anders.
Als hij ooit op vakantie gaat, valt hij nog de camping aan.

Ik speelde hier 14. Tf1. Er volgde 14. ..,Df6 15. Pe5, Dh4+ 16. Kd1, De7
Seizoen Martien: 5,5 uit 8 — aanval is zijn religie. Verdedigen is voor anderen.
Bord 3 – Maurice Swinkels vs. Guido Jansen
Guido had een paard.
Niet letterlijk. Dat zou raar zijn. Maar ook weer niet onmogelijk.
Eindspel. Paard tegen loper.
Hij stond gewonnen. Hij wist het. De tegenstander wist het. Het paard wist het.
Maar dan moest er een zet komen.
Een “normale zet”.
Wat is normaal?
Is normaal dat je ’s ochtends opstaat en denkt: “Vandaag ga ik een pion opofferen voor het universum”?
Nee! Dat is niet normaal!
Dus die zet kwam niet.
Remise.
Het paard keek teleurgesteld.

Seizoen Guido: 3 uit 6 — balans. Zen. Remise is ook een vorm van leven.
Bord 4 – Matthijs Dijkstra vs. Freek Thijssen
Matthijs tegen een 14-jarige.
Dat is altijd gevaarlijk. Die gasten hebben geen angst. Geen hypotheek. Geen idee wat belasting is.
Matthijs speelt rustig. Degelijk. Als een man die zijn sokken sorteert op kleur.
Voordeeltje. Nog een voordeeltje.
Dan even een foutje…
En dan… de jeugdspeler doet een blunder.
Zo’n blunder dat je denkt:
“Gooit hij daar zijn dame weg… terwijl hij thuis nog gewoon Fortnite speelt”. Matthijs wint. Zonder te knipperen.

Seizoen Matthijs: 5 uit 8 — degelijk en dodelijk. Zoals een goed broodmes.
Bord 5 – Rob Aarts vs. Ramon Jessurun
Zet 18. Remiseaanbod.
Dat is psychologisch geweld hè.
Je zit daar… en iemand zegt: “Zullen we stoppen?”
En jij denkt: “Waarom wil jij stoppen? WEET JIJ IETS WAT IK NIET WEET?!”
Engine zegt -0,9.
Maar Ramon denkt: “Ik wil leven. Ik wil wandelen. Ik wil voelen.” Remise.

14. … kataklop kataklop, hinnik hinnik!
Seizoen Ramon: 4,5 uit 8 — denkt diep. Soms té diep. Daar wonen rare dingen.
Bord 6 – Norbert Jansen vs. Gerard van de Berg
Noppie speelt een nopening.
Dat alleen al… dat is kunst.
Dame op zet 5.
Nog een keer hetzelfde stuk.
Ergens huilt een oude schaakmeester zachtjes.
Maar het werkte.
Het werd gelijk. Remise.
En ergens dacht Norbert:
“Dit was niks. Maar ook alles.”
Seizoen Norbert: 2,5 uit 7 — potentie. Veel. Nog niet alles eruit. Komt goed.!
Bord 7 – Jos Swinkels vs. Rob van Meurs
Rob speelt Caro-Kann.
Dat is geen opening. Dat is een levenshouding.
Rustig. Controle. Geen gekkigheid.
Eindspel. Paard tegen loper. Wéér dat verhaal!
Maar Rob… Rob maakt het af.
Hij knijpt het uit. Technisch. Koelbloedig.
Alsof hij een boterham smeert. Maar dan met vernietiging. Punt.

Nu gaat via Pf1-Pe3 of d2 pion c4 eraan en daarna is b2 zeer kwetsbaar. Bovendien kan de zwarte koning via de zieke witte velden binnen wandelen.
Seizoen Rob: 4,5 uit 7 — ongeslagen. Leider. Heeft waarschijnlijk een innerlijke monoloog tijdens elke zet.
Bord 8 – Michel van der Stee vs. Stefan Rooijakkers
Michel stond gewonnen. Echt gewonnen.
+2.3. Dat is niet een beetje gewonnen. Dat is: “Ik ga alvast een biertje bestellen” gewonnen.
Maar toen… verloor hij het.
Kreeg het terug.
Verloor het weer.
Dit was geen partij. Dit was een emotionele achtbaan met schaakstukken.
En uiteindelijk… verloor hij.
Omdat iemand nou eenmaal de laatste fout maakt.
En die eer… was voor wit.

25.Dc2,Pf6 26.Dd2 moet zwart Te7 spelen om ruimte te maken voor zijn dame en na 28.Lg5,Dh8 29.De3 heeft wit weer alles onder controle. Het beest geeft 3.0 voordeel voor wit.
Seizoen Michel: 2,5 uit 5 — pech, blessure, maar vuur zit er nog.
En Wil…
Wil moet gewoon minder PSV kijken en meer schaken.
Want PSV wint toch wel. Altijd. Zelfs als ze niet spelen.
En zo verloor Dubbelschaak ’97.
Niet omdat ze slecht waren.
Maar omdat het leven… soms gewoon zegt:
“Vandaag niet, vriend.”
Dank aan de invallers — zonder jullie was dit geen team maar een filosofisch experiment geweest.
Het was een seizoen van hollen en stilstaan, van ziekenbanken en afscheid nemen, van last-minute telefoontjes en “ken jij misschien nog iemand… iemand met een polsslag en een idee wat een paard doet?”.
En telkens weer kwam er iemand opdagen. Uit het niets. Alsof het universum dacht: “vooruit, hier heb je er nog één.”
En onthoud:
Schaken is niet winnen of verliezen.
Schaken is… zitten… kijken… en hopen dat je paard niet ineens begint te praten.
Rob van Meurs
Team captain Dubbelschaak ’97
Laat een reactie achter