Verslag DS97 1 – De Drie Torens

Door Ramón Jessurun

Afgelopen zaterdag trad het vlaggenschip van Dubbelschaak ’97 aan tegen De Drie Torens uit Tilburg. Om logistieke redenen werd uitgeweken naar gemeenschapshuis De Rots. Daarover valt weinig te klagen: het monumentale pand – ooit een kerkelijk jeugdhuis – vormt een schitterende speellocatie in Boxtel-Oost.

Twee seizoenen geleden speelde DS1 ook al op dezelfde locatie tegen exact dezelfde tegenstander. Destijds was ik invaller en speelde ik een zes uur durende marathonpartij tegen Joost van den Bighelaar. Die partij was een interessante Two Knights Defence, alias Fried Liver Attack, alias Twee Paardenspel in de Nahand, die 120 zetten (!) en vele zweetdruppels later in remise eindigde – een ware slijtageslag. De uitslag van die match staat me niet meer bij, maar dat is vast op te zoeken. Ik herinner me wél dat we dit team vorig seizoen overtuigend inblikten, toen op bezoek in Tilburg. Bij die gelegenheid zat ik trouwens opnieuw tegenover Joost. Oh nee, niet weer, dacht ik nog. Na 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 haalde ik maar snel een aanzienlijk tammer paard van stal met 3.Pc3, en na 3…Pf6 4.d4 ontstond een Scotch Four Knights waarin de zwartspeler nooit in de problemen kwam.

Gelukkig voor mij hoefde ik dit keer niet tegen hem te spelen — en helaas voor hem moest hij tegen Guido Jansen, een van de sterkste Dubbelschakers. In dat treffen verscheen een Nimzo-Indische partij op het bord (2), waarin Guido zich al vanaf de opening in zijn nopjes voelde. De routinier, die na een periode van afwezigheid gelukkig weer voor DS1 uitkomt, bleek de theorie nog goed te kennen en verklaarde achteraf in dezelfde variant ooit een grootmeester te hebben geklopt — geen kattenpis dus. Er ontstond een middenspel waarin wits isolani op d4 (ook wel IQP geheten) minder zwak bleek dan zwarts backward pawn op e6:

Met dit type stellingen weet Guido zich wel raad: hij manoeuvreerde de witte stukken, “op begrip” zoals hij het zelf uitdrukte, naar een verdiende zege.

Punt voor DS1 dus — maar was hiermee wederom een monsterscore in de maak? Allerminst. Er ging namelijk al het nodige drama aan vooraf, en bepaald niet in het voordeel van de Boxtelnaren. Wil van Lankveld verloor op bord 8 een complexe partij, waarin hij nochtans uitstekend uit de startblokken was gekomen. Ik sta er altijd weer van te kijken hoe mooi Wil zijn aanvalsstellingen weet op te bouwen. Helaas zijn — zoals iedere schaker weet — het krijgen van een goede stelling en het daadwerkelijk verzilveren ervan twee verschillende dingen. Wat er precies misging, kan Wil daarom het best zelf vertellen:Ik speelde een leuke partij met een minder leuk einde. Wit viel aan op de koningsvleugel en zwart op de damevleugel. Na een kleine 20 zetten hadden we allebei nog maar een minuut of tien op de klok en ontstond de diagramstelling:

Ik had hier consequent moeten zijn door h5! te spelen. In dat geval zou …a3 de enige mogelijkheid voor zwart om het gelijk te houden. Een leuk variantje ontstaat na hxg6, axb2, Pb3, Pa4!, gxf7+, Kxf7, g5, Pc3+, Kxb2, Txa2+, Kc1, c4, gxf6, cxb3, Dg7+, Ke6, Dg4+ met eeuwig schaak.

In het berekenen van de complicaties zag Wil misschien ergens een spook, zoals dat heet, en koos voor het minder doortastende Dd2.

Even later speelde onze bestuursvoorzitter Brent Burg een, naar eigen zeggen, “doodsaaie remise” tegen Rick Zegveld op bord 4. Zó saai zelfs, dat Brent zich niet eens liet verleiden tot een post-mortem analyse. We moeten het dus doen met het volgende partijfragment, afkomstig uit een Spaanse partij:

In de diagramstelling leidde de voortzetting f4 Dd1 tot eeuwig schaak en een puntendeling.

Hoe anders was dat op bord 3, waar Michel van der Stee met de zwarte stukken aantrad tegen Wilbert Kocken, een zeer ervaren speler die door de Boxtelse schakers liefkozend Kokkie wordt genoemd. Michel koos voor zijn geliefde Modern/Pirc-achtige verdediging, waartegen Kokkie een thematisch én ambitieus pionnenfront optrok. Of dat officieel als Austrian Attack in de boeken staat laat ik aan de openingskenners over; dreigend was het in elk geval.

Zelf moet ik er niet aan denken dat tegen te krijgen, maar Pirc/Modern-spelers zijn vaak catenaccio-achtige, glibberige wezens die loeren op tactische tegenkansen — en die kwamen er. Michel is aan het woord:

In bovenstaande stelling heeft wit 23.Pc5 gespeeld. Dat lijkt aardig, maar hierna krijgt zwart groot voordeel. Een paar zetten later staat het zo:

De computer geeft hier -3 aan.

Oftewel: Black has a decisive advantage — maar op zet 39, net voor de tijdcontrole, voltrok zich het drama. Kokkie claimde de overwinning: Michels vlag zou zijn gevallen. Een tragisch moment, want Michel was ervan overtuigd dat hij nog voldoende bedenktijd over had. Afijn, de wedstrijdleider kwam erbij en was resoluut: punt voor Tilburg. Schaken is soms hard. Tussenstand: 1½–2½ voor de gasten.

De volgende dubbelschaker die klaar was debutant Steven Miltenburg— als last-minute vervanger opgetrommeld voor de ziek uitgevallen basiskracht Norbert Jansen. En wat een debuut in het eerste team: een degelijke remise met zwart op bord 7 in een Caro-Kann tegen een op papier sterkere tegenstander. De engine liet zelfs zien dat zwart vrijwel de gehele partij beter stond, en op meerdere momenten zelfs gewonnen. Hoe dan ook, een uitstekende prestatie, en ook klasse van teamcaptain Rob van Meurs dat hij alle borden toch nog wist te bemannen.

Rob vertrouwde in zijn eigen partij, tegen Jaap Weel, ook op de Caro-Kann.De witspeler koos voor de doorschuifvariant (1.e4 c6 2.d4 d5 3.e5), een van de meer ambitieuze pogingen. Na Robs verdediging, gebaseerd op …Db6, ontstond een tweesnijdend middenspel met wederzijdse kansen. Dat mondde uit in een eindspel waarin zwart het betere lichte stuk had, maar ook een zwakke h-pion. Rob legt uit:

Tijdens de partij werden beide spelers een paar keer verrast door de zet van de ander. Dat is tekenend. Het was een laveerpartij waarbij wit wel beter kon voorzetten met een doorbraak op de damevleugel met b4. Nadat hij dit had verzuimd kon ik de dames ruilen en het eindspel ingaan. In de eindstelling (zie hieronder) kunnen beide spelers niet op avontuur te kunnen gaan, met als gevolg een soort van evenwicht: remise. Een leuke maar moeilijke partij.

De slotstelling aan bord 5 waar wit kiest voor zetherhaling. Tussenstand: 2½-3½ voor de Tilburgse Torens, met nog twee partijen in volle gang.

In mijn eigen partij aan bord 6 kwam mijn tegenstander, Alex Olree, óók al met de Caro-Kann op de proppen. Ik koos voor de klassieke voortzetting met 3.Pc3, en na …Pf6 4.Pxf6+ exf6 weten zwartspelers dat ze in principe vol vertrouwen de toekomst tegemoet kunnen zien — althans, in theorie. In het middenspel won ik ergens een pion, en later een tweede. Daarmee kreeg ik winnend voordeel, maar gaf dat vervolgens volledig weg: deels door tijdnood, deels doordat mijn tegenstander me toch nog een paar lastige vragen wist te stellen waarop ik geen doortastende antwoorden had. Hoe dan ook, na veertig zetten stond deze stelling op het bord:

Zwart dreigt het materiële evenwicht snel te herstellen, maar ook gewoon …Lg3 — en dan kunnen we elkaar rustig de hand schudden. Ik wilde toch nog in ieder geval íéts proberen, dus ik speelde hier 41.g4 om laatstgenoemd idee te ontzenuwen. Objectief bleef de stelling lange tijd remise, ook na de volgende “vondst” op zet 53:

De engine geeft aan dat zwart kan het paard kan nemen! Ik laat deze stelling graag aan de eindspelgeleerden over. Na nog een paar onnauwkeurige zetten van zwart mocht ik uiteindelijk de partij afmaken:

Wit aan zet geeft mat in 3.

Tussenstand: 3,5-3,5, het staat weer gelijk!

De ontknoping van de match vond plaats aan bord 1 en was ook het schaaktechnische spektakelstuk van de middag. Bert-Jan Panjoel en Martien van der Meijden speelden een heuse rollercoaster, vol bizarre twists and turns. Zoals te verwachten viel, toverde Martien weer een flinke dosis scherpe Najdorf-theorie uit de hoge hoed — de man zet het bord nu eenmaal graag zo snel mogelijk in vuur en vlam. Martiens commentaar:

Ik kwam comfortabel uit de opening, mede dankzij een surplus aan openingskennis. Mijn tegenstander miste hier mijn e5 waar zijn paard geen velden meer heeft. De vraag is dan of je na 15. f4 daadwerkelijk dat stuk durft te pakken. Na enig beraad heb ik er toch van af gezien. Ik denk wel terecht, want wit heeft absoluut compensatie, alhoewel het objectief te weinig is. Ik besloot tot …Lxe4 waar ik dacht een pion voor te staan MET compensatie. Dat bleek mee te vallen, zeker als wit een keer op e5 had geruild en de stelling is in “balans”. Er volgde een zeer interessante afwikkeling waar van alles aan te analyseren valt. Maar het volgende fragment is die waar ik de zet speel waar ik het meest trots op ben:

Ik speel hier 22. …d5! Het is de sterkste zet en houdt zwart in het voordeel. De pion mag niet geslagen worden en dreigt wat lijnen te openen. Er volgde 23. Lc5, Tfc8 waar ik nog zag dat 24. Dxd5 nog steeds niet mag vanwege 24. …Pxc5 25. Pxc5 De3+ met stukwinst. Wit speelt echter 24. Tge1 en de partij is nog gewoon retespannend.

Een aantal zetten later staat het zo. Er staat een toren in op c8 en ook f7 staat in. Tf8 kan niet vanwege Pxf7. Maar sowieso heb ik hier tijd voor 28. …Dxg3! Een fraaie tussenzet die mat dreigt. De partij gaat verder met 29. Dxf7, Kh8 30. Pe4.

Even later Wit lukt het niet enkele “only moves” te vinden en staat pardoes verloren. In vliegende tijdnood inmiddels zie ik onderste rij spoken. Ik speel nog wel 33. …f3, maar na 34. Te3 had ik gewoon …f2 kunnen spelen met stukwinst. Mijn gespeelde 34. …Df4 is overigens nog sterker. Maar dan had ik na 35. Dd3 wel Tae8! moeten spelen met volledige overbelasting van de witte stukken.

Ik speelde echter 35. …Tad8 om te zien dat na 36. Txf3, Txd3 37. Txf4, Txf4 38. Txd3 ik geen stukwinst heb op e4 omdat er dan WEL een onderste rij issue is. Ik besluit tot 38. …Tf1+ om dan in een slecht eindspel te komen. Wat een drama!

Het eindspel heb ik dan toch nog vrij optimaal gespeeld waar ik zoveel mogelijk de activiteit bleef zoeken. Wit vond het ook prima om hier de matchpunten te delen want de partij had aardig wat kruim gekost. De stand op de klok telde ook mee. Wit speelde hier alleen met zijn increment. Ik had nog een kleine 5 minuten.

Eindstand van de match: 4-4.

Gedenksteen in de grote speelzaal van “De Rots”.
Na afloop in Le temps perdu, in goed gezelschap.

Laat een reactie achter

Je emailadres is niet zichtbaar