De weg naar de beker

Door Arjan Schuurmans

Dit seizoen bleek ons bekerteam opvallend stabiel. Alle vier de rondes werden namelijk gespeeld door precies hetzelfde viertal. Op zich al bijzonder, maar het toeval wilde dat dit ook precies de vier spelers waren die later de play-offs om het clubkampioenschap speelden. Blijkbaar hadden we zonder het te plannen een vrij vaste kern voor belangrijke wedstrijden.

De beker begon met vijftien teams in een knock-outformule. Eén team werd vrijgeloot voor de eerste ronde, maar Dubbelschaak moest net als de meeste anderen meteen aan de bak.

De eerste ronde bracht ons naar Made, waar we tegen ’t Paardje speelden in een voetbalkantine. De wedstrijd zelf verliep vrij soepel en werd met 3½–½ gewonnen. Het meest memorabele moment van de avond kwam misschien wel na afloop, toen we nog een kwartier door Made reden omdat verschillende straten waren afgesloten vanwege een kermis. Ook viel op dat Rob tegen een tegenstander speelde die opvallend veel op hem leek — een soort schaakdubbelganger.

In de tweede ronde speelden we thuis tegen Waalwijk. Die wedstrijd werd met 2½–1½ gewonnen. Bijzonder dramatische momenten kan ik me daar niet meer van herinneren, maar dat is bij een bekerwedstrijd meestal een goed teken.

De halve finale bracht ons naar Goirle, waar we uit speelden tegen EGS (Eerste Goirlese Schaakclub). Tegen die club hadden we vorig jaar ook al gespeeld in de beker — toen in de eerste ronde. Dit jaar was het de halve finale. De wedstrijd moest een week worden uitgesteld vanwege sneeuw, maar uiteindelijk wonnen we met 3–1 en stonden we opnieuw in een bekerfinale.

De finale werd gespeeld op maandag 9 maart in Eindhoven, tegen de Eindhovense Schaakvereniging. De wedstrijd vond plaats in een ruimte waar tegelijk hun interne rapidcompetitie werd gespeeld. De rapidspelers waren vriendelijk gevraagd om tijdens onze partijen wat stiller te zijn, en dat werkte gelukkig prima.

Net als vorig jaar moest iemand aan bord 1 de zwaarste taak op zich nemen. Toen speelde Tim tegen Loek van Wely. Dit jaar was het mijn beurt, tegen FIDE-meester Bas van de Plassche, met een rating ruim boven de 2300. Zoals de ratinglijst ongeveer voorspelde, liep dat voor mij niet goed af. Gelukkig stond Brent aan bord 2 al eerder op winst, zodat de stand weer gelijk was: 1–1. Daarmee kwam alles aan op de partijen van Tim en Rob. Tim had aan bord 3 een pion meer in een eindspel met ongelijke lopers en nog torens op het bord, terwijl Rob aan bord 4 in het begin van zijn partij juist slecht had gestaan. In de tijdnoodfase begon Robs tegenstander echter fouten te maken. Zijn stelling ging van verloren naar gelijk en uiteindelijk zelfs naar gewonnen. Op dat moment veranderde de situatie: als Tim remise zou maken, was de beker al binnen.

Alleen wist Tim dat niet. In plaats van op zekerheid te spelen, bleef hij op winst drukken. Daarvoor gaf hij zelfs zijn extra pion terug om actief spel te krijgen. Wat volgde was een intense snelschaakfase. Uiteindelijk wist Tim zijn partij te winnen.

Daarmee was de beker voor Dubbelschaak binnen. Op dat moment gaf Rob zijn gewonnen stelling nog weg en werd zijn partij remise, maar dat maakte voor de uitslag niet meer uit.

De finale eindigde daardoor in een 2½–1½ overwinning voor Dubbelschaak. Een mooi resultaat — en misschien ook een bewijs dat het soms helemaal niet erg is als je niet precies weet hoe de andere borden ervoor staan.

Laat een reactie achter

Je emailadres is niet zichtbaar