Dubbelschaak 2 op kampioenschapskoers!

Door Geert Tiellemans

We mochten zaterdag 8 februari thuis spelen tegen Neunen 1. De verwachting van onze tegenstander was dat wij wel zouden winnen wegens het grote verschil in rating (gemiddeld 1884 tegen 1726). Maar dat bewijs je pas op het bord.

Er zijn veel partijen gespeeld, waarbij onze spelers in vertwijfeling waren, rooie koppen kregen van de inspanning en enorm onder druk stonden vanwege de hoge verwachtingen en de opdracht van onze teamcaptain om vooral veel punten binnen te halen. Niemand durfde te verliezen en niemand heeft verloren. Toch waren er veel spelers die een beter resultaat meenden te kunnen krijgen.

Vooral Gillion speelde een titanenstrijd met een enorme inspanning. Ik heb de laatste zetten in het laatste uur meegemaakt. Aan het notatieboekje te zien al meer dan 60 zetten gespeeld na 4 uur spelen. In een totaal verloren stelling liet Gillion zien wat hij bedoelt met “de dood of de gladiolen”.  Hij stond pionnen achter en verloor nog eens een loper. Zijn tegenstander echter trok steeds meer fronsen in zijn voorhoofd, begon steeds harder te zuchten en raakte volledig in paniek bij een verkeerd ingeschatte stand waar hij de loper terug moest geven. Aan de kant voelde en zag je zijn vertwijfeling. En na nog een aantal zetten bood hij, volgens mij nog steeds met een gewonnen stelling, remise aan, waarmee aan al het lijden een einde gemaakt werd.

Maar ik denk dat we trots op dit team en op dit resultaat mogen zijn. Geen enkele verliespartij en een mooie score van 5,5 – 2,5. Onze grootste concurrent had verloren en daardoor staan we 2 punten los in de race naar het kampioenschape van klasse 6 O. Nog twee wedstrijden te gaan.

Bord 1 Peter Boll (2120) – Léon Driessen (18020

De tegenstander van Peter ruilde veel en ondernam weinig. Uiteindelijk won Peter een pion en daarna nog een en toen was het snel klaar. Een eenvoudige en snelle overwinning.

Bord 3 Chris Schmidt (1740) – Michiel van den Elzen (1933) 0.5 – 0.5

Michiel speelde tegen Chris Schmidt en heel leuke en scherpe partij. Het draaide om de pion op b5. Wit durfde deze niet te nemen, de engine geeft aan, wel doen met een plusje voor wit, echter Chris durfde het niet aan.

De partij ging gelijk op maar zwart kreeg het initiatief en continue een plus stelling. Beide kanten niet gerokeerd en om het zo maar te zeggen een wankele stelling. Het zou zo maar de ander kant op kunnen vallen. In deze stelling was Txg2 de beste geweest echter koos ik voor de voortzetting (verdediging/aanval)  op de C-lijn met Tc8.

Hierna verliep de partij nog steeds interessant totdat alle stukken afgeruild werden en er een toren loper eindspel over bleef. Met een trucje  kon ik nog een pion veroveren maar dat was slechts voor de bühne.  Er bleef een remise stelling over, maar beide spelers waren het er wel over eens, deze pot verdiende geen winnaar. Al moet daar bij gezegd worden dat we ons deze middag goed vermaakt hadden.

Zwart won hier een pion maar de stelling maar de stelling bleef in evenwicht.

Bord 6 Hans Heijstek (1900) –  Hans Keijzers (1737) 0.5 – 0.5

Direct na de opening kreeg Hans voordeel. Maar vrij onverwacht offerde zijn tegenstander een stuk voor twee pionnen. Daarna werd het voordeel van Hans alleen nog maar een  kwaliteit.

Daar moest Hans verder nog hard voor knokken, maar kon toch afwikkelen naar remise.

Hans is vrij ontevreden over deze uitslag, want hij heeft wel ergens de winst gemist.

Bord 4 Bas Neggers (1810) – Haley van Haperen (1777) 0.5 – 0.5

De partij van Haley gisteren was een Engelse partij, waarin zijn tegenstander besloot om een interessante variant te spelen: 1. c4 e5 2. g3 f5.

Dit resulteerde er uiteindelijk in dat Haley een comfortabele partij kon spelen waarbij hij vooral in het middenspel met een loper meer heeft gespeeld (zijn loper stond volledig ingesloten) Volgens de pc stond hij in het onderstaande diagram het beste, maar had hij hier al moeten ruilen op e7 (2x) en vervolgens de andere paard en toren erbij moeten betrekken. Hij stond echter toe dat de dames geruild werden, waardoor zijn lopers actief werden, en met een loperpaar kreeg de tegenstander even de betere stelling (in het diagram hier stond Haley op +3.7, terwijl zijn tegenstander nooit boven (of onder?) de -1 is uitgekomen). Uiteindelijk wist Haley de lopers te neutraliseren, waardoor een volkomen remisestelling ontstond. Haley had weliswaar een pion meer, maar in een toreneindspel is dat toch moeilijk waar te maken.

Bord 7 Reinder de Boer (1612) – Ebe Reitsma (1788) 0.5 – 0.5

Ebe speelde tegen een oude bekende: Reinder de Boer. Reinder heeft meerdere jaren bij ons op de club gespeeld (ik, Geert heb zelf ook vaker tegen hem gespeeld). Hij is nog altijd even vriendelijk en eigenlijk niet veranderd sinds zijn Dubbelschaak-tijd. Behalve dan dat hij opeens sterker speelde dan vroeger. Hij speelde een degelijke opening (Zukertort). Het lukte Ebe niet om het initiatief te veroveren. Er waren wel spannende situaties, maar tactische wendingen kon Ebe  niet vinden.  Het werd remise. 

Bord 8 Tom van Stiphout (1849) – Dick Warbout (1537) 1-0

Tom vond dat hij zijn partij vrij gemakkelijk won, behalve wat tijdnood tegen het einde. Zijn tegenstander speelde met zwart erg passief. Veel pionzetten en aan een rochade is zwart niet meer toegekomen. Na 14 zetten stond het zo:

Tom was aan zet en speelde e4 – e5. Geen echt goede keuze, maar zwart ging in de fout met:

15 e4-e5    dxe5
16 Dxe5     Dd6?? En nu het winnende
17 Pxb5!!

Zwart verliest een pion, daarna nog een, omdat na de vrijwel gedwongen dameruil op e5 de pion a5 niet te houden is en zonder dames en met het sterke witte loperpaar is het niet meer echt moeilijk meer… Zwart had het Tom veel moeilijker kunnen maken, als hij ipv Dd6 had gekozen voor 16. …. Kf8! Hij verliest dan de rochade, maar na bijvoorbeeld 17. De2 Dd7 heeft wit geen directe dreigingen meer. In de diagramstelling denkt Tom dat 15. Dd3 een goede keuze is. 

Op  15. … Tb8  volgt bijvoorbeeld
16. a4   b4
17. Dc4 en als zwart rocheert staat zijn koning onveiliger dan in het centrum. 

Bord 5 Peter Paul Geluk (1770) – Geert Tiellemans (1793) 1-0

Geert kreeg weer de London opening tegen. Nu koos hij voor een agressievere benadering. De tegenstander was wat afwachtend in het spel en Geert kreeg door de a, b en c pion ver naar voren te spelen een halfopen a lijn. Torens en dame breken daar door en Geert wint een loper en een paar pionnen. Daarna was het doorspelen, waardoor we op 4,5 punt komen te staan en de matchpunten al binnen zijn.

Bord 2 Gillion Berkelmans (1913) – Koos Rademaker (1796)

Na 35 zetten gelijk opgaande strijd begon Gillion met wit te prutsen op de koningsvleugel. Zwart drong sterk met zijn dame en toren binnen. Enkele eenvoudige zetten zouden de partij beëindigen. Het opgeven stond Gillion nader dan het lachen. Gillion vertelde enkele teamgenoten al over de hopeloze stelling, anderen zagen de bui al hangen. Waarschijnlijk door de spanning gaf mijn tegenstander de genadeslag niet en mijn torens konden zijn stelling binnendringen en een loper terug winnen. Een gelijk toreneindspel en een onverdiende halfje na 60 zetten waren het gevolg na meer dan 5 uur strijd.

Laat een reactie achter

Je emailadres is niet zichtbaar